Onderhoudsmonteur op een windmolen

Een blik op de wereld zoals alleen vogels ‘m normaal zien

Je moet het maar durven: 140 meter omhoog klauteren om dat ene boutje of moertje in de top van een windmolenturbine te vervangen. Veel mensen krijgen al knikkende knieën als ze alleen maar omhoog kijken.

Een select gezelschap van het STC mbo college Procestechniek & Maintenance uit Brielle is de uitdaging aangegaan; dertien stoere jongens en één meisje die zich hebben opgegeven voor de topklas WIND. Een pilot van het STC die studenten opleidt voor een baan als (offshore) windmolenonderhoudsmonteur. Ze volgen de opleiding naast hun reguliere richting Allround operationeel technicus (AOT) en krijgen op hun diploma een aantekening voor de Topklas WIND.


Wat ze daarvoor terugkrijgen? Allereerst een job met het mooiste uitzicht van de wereld, aldus Bas van Sprang, Service Manager bij Enercon Benelux B.V. ‘Dakluik open en je ziet de wereld zoals alleen vogels ‘m normaal zien.’ Maar dat niet alleen, je krijgt er ook een baan voor terug in een business die booming is. Van Sprang: ‘Windmolens zijn de toekomst. Alleen al ons bedrijf bouwt jaarlijks 60 tot 100 windturbines. Vertaald naar het aantal monteurs dat deze nieuwe en oudere windmolens moeten onderhouden, praat je dan al gauw over minstens zes vacatures per jaar. Minstens, want het liefste heb ik er over een jaar twintig tot dertig nieuwe collega’s bij.’

Toekomstbestendig onderwijs

Dat STC Group hem vorig jaar benaderde met plannen om een eigen opleiding voor deze ‘monteurs op grote hoogte’ te starten, viel dan ook in goede aarde. Temeer, omdat Van Sprang ook werd uitgenodigd zelf mee te denken over de aard en inhoud daarvan. Onderwijsmanager van de Topklas WIND Ineke Loomans: ‘Omdat wij studenten toekomstbestendig willen opleiden, is input vanuit het bedrijfsleven cruciaal. Daar komt bij dat er nog geen kant-en-klare studieboeken voor deze pilotopleiding zijn. Alles moet nog bedacht en uitgevonden worden. Als school kun je dat niet alleen. Ook omdat er per bedrijf nuanceverschillen zijn; waar de een vooral onshore windparken onderhoudt, is de ander bijvoorbeeld juist gespecialiseerd in offshore turbines.’

‘Niet iedereen is voor

dit beroep gemaakt.’

Dat Van Sprang zijn potentiële stagiairs en werknemers vooraf op deze manier al een beetje mocht kneden, vond hij erg prettig. ‘Over het algemeen werken wij bij Enercon net iets anders dan andere bedrijven. Waar andere turbines vooral mechanisch zijn, zijn die van ons vooral elektrisch aangedreven. We zoeken daarom mensen die op zijn minst de wet van Ohm kennen. Met andere woorden: een goede basiskennis van elektra is belangrijk.’ Dat is gelukt. In het lesprogramma is veel aandacht voor mechanica, hydrauliek en elektro.


Andere kwaliteiten die Van Sprang graag in aankomende monteurs ziet: dat ze veilig kunnen werken, teamspelers zijn, van aanpakken weten en – nou ja – geen hoogtevrees hebben. Dat laatste lijkt een schot voor open doel. Maar, vertelt Van Sprang, hij heeft stoere kerels meer dan eens zien breken.

‘Ze durfden halverwege niet meer voor- of achteruit, waarna geroutineerde monteurs ze langzaam naar beneden moesten praten.’ Dat vindt hij overigens helemaal geen schande, ‘Niet iedereen is voor dit beroep gemaakt.’ Dergelijke ervaringen hebben er wel toe geleid dat nieuwe krachten, inclusief stagiairs, eerst een keer onder begeleiding omhooggaan voordat ze aan de training van een week mogen beginnen. Het wordt voor de studenten de allereerste keer dat ze een windmolen beklimmen. Vanwege de veiligheidsvoorschriften mogen ze tot die tijd de molens alleen van de buitenkant bekijken.

Doorgroeien

Medewerkers krijgen gemiddeld drie weken per jaar trainingen, ieder jaar opnieuw. Van Sprang: ‘Je moet ervan uitgaan dat je bij ons je leven lang blijft leren. Onze mensen werken namelijk onder uitzonderlijke omstandigheden. Dus dan moet je wel bijblijven. Hoewel ik in een managementfunctie werk, ga ik nog regelmatig omhoog. En dat geldt voor de meeste leidinggevenden in ons bedrijf. Zowel onder als boven mij heb ik monteurs die zijn doorgegroeid naar leidinggevende posities.’


Ook goed nieuws voor beginnende monteurs: er zijn altijd nieuwe uitdagingen. De gouden tip van Van Sprang is: durf te vragen. ‘Daag die oude rotten uit en informeer waarom ze dingen doen zoals ze doen. Vaak zijn bepaalde handelingen er zo ingesleten dat ze het zelf niet eens meer weten. Ik vind dat mooi: de oudere generatie leert iets van de nieuwe en vice versa. Samen, jong en oud, moeten we namelijk nog heel wat windmolens plaatsen om aan de energievraag van de huidige en volgende generaties te kunnen voldoen.’


Vanaf februari gaan de studenten stage lopen. Een deel van de klas kan terecht bij Enercon Benelux BV. Van Sprang: ‘Ik zie ze graag verschijnen. We hebben elkaar nodig.’


Dit project is mede mogelijk gemaakt door Samen Sterk voor de Toekomst op Rotterdam Zuid.


Sam (20): ‘Sleutelen vind ik geweldig, daar heb ik altijd mijn werk van willen maken. Deze opleiding leidt mij op voor een baan met een zekere toekomst. Zo weet ik zeker dat ik een goed perspectief in mijn leven heb. Ik kijk uit naar de hoogtestage. Het liefst ga ik offshore werken, twee weken op en twee weken af.’


Fabian (20): ‘Het is leuk om deel uit te maken van een nieuwe industrie. Vooral het mechanische gedeelte vind ik interessant. Het construeren, het bouwen van deze gigantische molens vind ik echt fantastisch. Ik wil nu wel heel graag echt een windmolen op.’