‘Internationalisering gebeurt eigenlijk vanzelf’

In onderwijsland is internationalisering al tot net zo’n containerbegrip verworden als de gevleugelde verzamelterm 21st century skills. Inmiddels ziet iedereen wel de toegevoegde waarde van internationaal georiënteerde studenten. Maar veel scholen worstelen met de vraag hoe je dat wereldburgerschap nu precies definieert, stimuleert en hoe je het vormgeeft in een visie of beleidsplan.


‘Maak je geen zorgen: internationalisering is een thema waar je vooral niet te krampachtig mee moet omgaan’, stelt Leo Klienbannink, lector Internationalisering bij Kenniscentrum Business Innovation van Hogeschool Rotterdam, zijn vakbroeders en –zusters gerust. ‘Zelfs scholen die er niet actief mee bezig zijn, worden er vanzelf mee geconfronteerd. Zeker in een stad als Rotterdam, met haar bijna 200 nationaliteiten. Al die tweetalig en bi-cultureel opgegroeide Turkse, Marokkaanse en Kaapverdische studenten brengen elk hun unieke blik op de wereld mee. Daar hoef je geen beleid op los te laten, dat gebeurt vanzelf.’


Het is net alsof het buitenland begint zodra je een voet over de drempel zet, zei Klienbannink eerder al eens. En wie met hem een rondje loopt over de campus van Hogeschool Rotterdam aan de Kralingse Zoom, kan niet anders dan deze stelling beamen. Aan diversiteit geen gebrek. Aan internationale studenten evenmin, getuige het vele Engels dat door de wandelgangen weerklinkt. Paradoxaal genoeg staat die verengelsing in het onderwijs wat hem betreft echter niet direct gelijk aan internationalisering. ‘Net als andere aspecten zoals buitenlandse studiereizen en internationale groepslessen zijn het slechts middelen om daartoe te komen. Sterker, mijn hele doel is om die eeuwige nadruk op het buitenland uit het concept internationalisering te halen. Want juist dan blijkt ineens hoe breed toepasbaar het begrip is.’

‘Hoe breder je blik op de wereld,

hoe groter je (internationale)

arbeidskansen.’

Internationaal perspectief

De lector, een van slechts een handjevol in heel Nederland, ziet internationalisering eerder als een bepaalde mindset. Een interculturele sensitiviteit voor andere volken en gebruiken zou moeten worden ingebed in het curriculum van iedere opleiding. ‘Of een student wel of niet naar het buitenland gaat, maakt daarbij niet uit. Je kunt het internationale perspectief ook naar de hogeschool brengen. Bijvoorbeeld door buitenlandse specialisten gastles te laten geven. Of door inzichtelijk te maken hoe men elders over je vakgebied denkt.’

‘Wel zo handig wanneer je als student economie later zaken wil gaan doen in China. Of als toekomstig maritiem officier aanmonstert op de grote vaart’, stelt Klienbannink. ‘Voor dergelijke beroepen geldt nu eenmaal: hoe breder je blik op de wereld, hoe groter je (internationale) arbeidskansen. Maar ook studenten die worden klaargestoomd voor minder internationaal georiënteerde banen – ik noem leraar of verpleegkundige – zijn gebaat bij een stukje geopolitieke kennis. Ook zij komen te werken in een superdiverse, multiculturele omgeving.’

Barista-cursus

‘Bij veel jongeren van nu is dat internationale perspectief al grotendeels ingebakken’, vervolgt hij. ‘Ze zijn opgegroeid in een multiculturele samenleving, gaan multiculturele relaties aan of hebben zelf een dubbele culturele achtergrond. Hun wereldbeeld is wezenlijk anders dan die van voorgaande generaties, onder andere vanwege de sociale media en de vele buitenlandreisjes – van stedentrip tot backpackavontuur - die inmiddels gewoon zijn geworden. Via hun smartphone staan ze letterlijk in contact met de hele wereld. Iets wat voor mijn generatie ondenkbaar was.


‘Werk samen en deel je kennis.’

Opvallend is verder dat jongeren een opleiding niet langer zien als het enige middel tot persoonlijke ontwikkeling. Voor hen zijn sport, vrijwilligerswerk of naast hun studie een eigen startup of barista-cursus volgen dat eveneens. Het zijn activiteiten die hun blikveld verruimen en verrijken en dat zijn ook vormen van internationalisering.’ Klienbannink wil maar zeggen: veel studenten hebben al de houding en het gedrag van een wereldburger, waarmee zij mogelijkheden voor zichzelf creëren. Als school moet je vervolgens een omgeving creëren die deze vaardigheden aanvult en verbetert. Hoe je dat doet? Daarvoor ontwikkelde de lector een duidelijke hands-on tool die laat zien hoe opleidingen aan de slag kunnen gaan met internationalisering binnen het beroepsprofiel. Deze interactieve Driehoek Internationalisering geeft betekenis aan de domeinen inclusiviteit, interculturele competentie/sensitiviteit en (super)diversiteit.


Centraal staat hierin een aanpak die in alle haarvaten van de onderwijsinstelling doorsijpelt. Dus zowel in het curriculum als in de leeromgeving die je voor je studenten creëert. Denk daarbij aan een sterke focus op vaardigheden zoals creativiteit, communicatie en taalvaardigheid, aanpassingsvermogen, initiatiefrijk zijn, doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid, rekenvaardigheid, veerkracht tonen, analytisch en kritisch denken, maar ook aan een mindset van exploreren en experimenteren. Ook legt Klienbannink nadruk op het aangaan van een duurzame relatie met het beroepenveld. Bijvoorbeeld door in samenwerking met bedrijven en organisaties hybride onderwijsvormen te ontwikkelen die de kwaliteit van internationaliseren ten aanzien van kennis, vaardigheden en arbeidsmarktperspectief verbeteren. Voor ondernemers is internationalisering immers een overlevingsstrategie. Ook zij zijn gebaat bij studenten die verder kijken dan hun neus lang is en innovatieve ideeën hebben. Door actief deel te nemen aan bijvoorbeeld pressure cookers, field labs en solution labs kunnen ook bedrijven een creatieve en betekenisvolle bijdrage leveren aan internationalisering.


‘Internationalisering is nooit af,

maar altijd in beweging.’

Zijn belangrijkste advies is dan ook: werk samen en deel je kennis. ‘Bepaal wat voor jouw organisatie de best passende strategie is, maar ga niet iedere keer opnieuw het wiel uitvinden. Wees verder ook niet bang om tussentijds je ambities bij te stellen. Het is goed om een stip aan de horizon te hebben. Maar wat internationalisering betreft, is de vraag wat we in 2025 gaan doen eigenlijk niet te beantwoorden. Daarvoor verandert de wereld simpelweg te snel. Vergeet niet: internationalisering is nooit af, maar altijd in beweging.’